Add Top Menu
Welk racket is geschikt voor mij?

Welk racket is geschikt voor mij?

De Australian Open zit er weer ruimschoots op, de baanhuur kan worden opgezegd, de zon laat zich weer voor het eerst zien op de baan. De start van een nieuw jaar, een nieuw decennium en een nieuw seizoen. Een prachtig moment natuurlijk om je eens goed te verdiepen in de aanschaf van dat felbegeerde racket voor komend seizoen. Sterker nog, de meeste merken en fabrikanten hebben de nieuwste rackets voor volgend jaar al een tijdje in de winkels liggen dus je kunt nu je slag slaan… Kan je mooi nog even flink trainen voor de start van de competitie. Maar hoe mooi racketsport ook is, het is ook een van de favoriete sporttakken voor marketeers. In dit artikel spijkeren we je bij zodat jij vanaf nu zelf door deze claims heen kan prikken en op zoek kunt gaan naar het racket dat het beste geschikt is voor jou. Voor de goede orde, dit is geen koopgids, maar een technischer artikel bedoeld om je meer te leren over de rackettechnische eigenschappen die je kunt vergelijken bij jouw volgende aankoop. Bereid je voor op een pittig stukje tekst… met als ultieme beloning de benodigde kennis om jouw volgende wapen aan te schaffen.

Deze speelt perfect want… Federer heeft hem ook

Tijdens mijn werkzaamheden bij een grote retailer verkochten wij op een zeker moment een specifiek Wilson racket. Zeker geen bijzonder model, met een behoorlijk groot blad, zeer licht gewicht en zeer matige fabrieksbespanning. Toch verkocht dit racket als een trein terwijl de rackets van het huismerk flink achterbleven, ondanks dat deze (bijna) allemaal kwalitatief minstens net zo goed waren en waarschijnlijk beter. Goed om te vermelden, het Wilson racket had wel een kleine toevoeging: “Federer”. Zoals met veel producten wist ik dat goede marketing wonderen kan doen, maar dat dit verschil zo groot zou zijn had ik echt niet verwacht. Hoe zeer ik ook mensen probeerden uit te leggen dat het Wilson racket op het gebied van materiaal keurig in elkaar zat, maar op specificaties wellicht helemaal niet de ideale match was met de klant, het mocht niet baten. Mensen zijn nou eenmaal snel onder de indruk van het materiaal van de beste tennissers en tennisters ter wereld.

Het perfecte racket bestaat niet

En: eerlijk is eerlijk, helemaal ongelijk kunnen we deze enthousiaste starters niet geven. Wilson is uiteraard een topmerk dat al jaren budget reserveert voor research and development. Evenals andere topmerken, zoals Head, Babolat en Yonex. Daarmee zijn deze merken vaak voorlopers geweest in de geschiedenis van de ontwikkeling van rackets door de jaren heen. Ook Prince heeft jarenlang bekend gestaan als een merk wat niet terugdeinsde voor het in de markt zetten van innovatieve ontwerpen van frames. Maar dat betekent zeker niet dat jouw ‘perfecte’ racket zich in het assortiment van deze topmerken bevindt. Wie deze blog volgt of een aantal artikelen heeft gelezen weet dat wij altijd benadrukken: het perfecte racket bestaat niet; er is een racket dat op dit moment het beste bij jouw spel past. Voor het goede gemak zullen we in dit artikel uitgaan van de theorie achter het kiezen van een tennisracket, maar in brede zin is deze theorie van toepassingen op alle rackets.

Waarom het perfecte racket niet bestaat

Het slaan van een tennisbal is uiteindelijk een geweldige strijd tussen speler, racket en bal. Het uiteindelijke doel van een speler is om het racket zo snel mogelijk te zwaaien, haar richting te veranderen in een fractie van een seconde maar tegelijkertijd wil de speler niet dat de bal ditzelfde met het racket doet. Geen enkele speler zou willen dat de bal het racket naar achter duwt, draait in zijn of haar handen, of vervormt of afwijkt van richting op het moment van impact met de bal. Helder toch? Maar door het moeilijker te maken voor de bal om het racket te bewegen, maken we het tegelijkertijd moeilijker voor de speler om het racket te bewegen. Om het racket zo handelbaar mogelijk te maken, moet het zo licht mogelijk zijn, maar om te voorkomen dat de bal het racket alle kanten op duwt, moet het zwaar zijn. Als de bal het racket in de rondte duwt, gaat er kostbare energie verloren in de terugslag van de bal. Dus een speler wil tevens een zo zwaar mogelijk racket om zoveel mogelijk power te genereren. Maar als het racket te zwaar is, kan hij het niet zo snel zwaaien en gaat er wederom power verloren… Ziehier het probleem van het perfecte racket… dat wil zeggen: het perfecte racket bestaat dus per definitie niet. Nee, echt niet.

De ‘basics’ van het kiezen van een racket

Dat is natuurlijk een aardige theoretische introductie van het probleem, maar hoe kiezen we in dat geval het best mogelijke racket voor een speler in de praktijk? Hiervoor zullen we eerst een aantal logische beginselen uitleggen en daarna specifieker induiken op de materie.

Testen, testen en nog eens…

Omdat alle racketsporten ook aan alle natuurwetten onderhevig zijn, kunnen we behoorlijk objectief kijken naar eigenschappen van verschillende frames en op basis van jouw persoonlijke situatie een aardige voorspelling doen voor welke rackets een aardige match zouden kunnen zijn met jouw wensen. Maar het raken van de bal in een spelsituatie met dat nieuwe racket is echt iets anders. Het concept van swingweight valt bijvoorbeeld best aardig uit te leggen in een winkel, maar je kunt het past echt beleven op de baan. Daarom bieden een hoop winkels tegenwoordig de mogelijkheid om rackets te testen. Soms tegen een kleine betaling, soms zelfs gratis. Decathlon is een van de winkels waar je gratis rackets kunt testen. Het is sowieso aan te raden om voor aanschaf van je nieuwe droomracket te informeren of je deze ergens kunt testen. Testen dus! Simpel, want dan kiezen we uiteindelijk gewoon het racket wat het beste ‘aanvoelt’. Wist jij dat er op dit moment meer dan tweehonderd rackets op de markt zijn? Tsja, je snapt hem… Tegen de tijd dat je het vijftiende racket aan het testen bent, ben je al lang weer vergeten hoe het eerste racket aanvoelt. Bovendien: wie heeft hier tijd voor? Besef dus ook dat het kiezen van een racket voornamelijk een proces van eliminatie is.

Een proces van eliminatie

Zo kom je er wellicht achter dat je niet van zware rackets houdt. Of juist niet van lichte. In dat geval halveert dat je mogelijk keuzes. Wellicht kom je er achter dat je de voorkeur verkiest van grote bladen boven kleine racketbladen, of juist dat je stijve frames verkiest boven flexibele frames. Op die manier kun je vrij makkelijk 90 procent van alle rackets elimineren. Vervolgens kom je tot een goede keuze door een flinke selectie rackets mee te nemen naar de baan en vervolgens per racket minimaal een half uur te slaan. Het is aan te raden zoveel mogelijk te testen, maar minimaal tien. Waarschijnlijk zul je ook in deze test merken dat je zeker de helft wilt wegleggen omdat deze ‘niet goed voelen’. Aan het eind van zo’n sessie zul je er waarschijnlijk een of twee overhouden, die wel goed aanvoelen. Ga terug naar de baan na een aantal dagen en speel weer eens met de beste rackets van die eerdere sessie en maak dan je keuze. Koop de beste of probeer een nieuwe partij uit van ongeveer tien rackets. Wees ook een beetje creatief van het vinden van deze rackets; niet iedere winkel of club kent een dergelijk testbeleid maar wellicht kun je er zelf een organiseren met behulp van een bevriende tennisleraar of winkeleigenaar.

Veelvoorkomende fouten bij de aankoop van een racket

  1. De eerste hebben we eigenlijk al besproken, het voorbeeld van het racket met de verwijzing naar Roger Federer, maar valt eigenlijk in de bredere categorie waar kopers puur lijken te vallen voor de marketing en reclame die gemaakt wordt voor het racket. Natuurlijk kun je een op voorhand favoriet racket mee nemen naar een testsessie, maar laat je hier zeker niet door verblinden.
  2. Een andere veel voorkomende fout is het racket te kiezen, wat het beste aanvoelt in de winkel. Regelmatig zie ik nog klanten zwaaien tot ze een ons wegen, die kennelijk niet beseffen dat er nog verpakkings- en beveiligingsmateriaal aan de rackets zitten. Maar belangrijker, je komt er op deze manier natuurlijk niet achter hoe het racket aanvoelt als je een bal slaat. Er is geen impact, geen vibratie en geen gevoel van controle of power.
  3. Een andere voorkomende fout is dat spelers op voorhand al kiezen dat zij binnen een bepaalde categorie vallen of hele deterministische keuzes maken op basis van bepaalde aannames. Zo bepalen spelers vaak dat zij een voorkeur hebben voor een racket dat zowel licht als veel power heeft, wat op zich een prima keuze is. In de winkel kiest men dan vaak voor een licht racket van bijvoorbeeld 260 gram, wat inderdaad licht aanvoelt. Maar misschien voelt een racket van 300 gram ook licht genoeg aan merk je in de praktijk, met als bijkomend voordeel dat je wat extra ‘gratis’ power wint. In algemene termen raden we altijd aan met het zwaarste racket te spelen wat goed handelbaar aanvoelt.
  4. De laatste fout is om het goedkoopste of duurste racket te kopen op basis van de prijs van het racket. Misschien is het beste racket voor jou wel het goedkoopste of duurste racket (alhoewel de kansen klein zijn), maar alleen de prijs is simpelweg geen goede indicator voor het kopen van een goed racket. Er zijn met name heel veel goede rackets te koop in het middensegment. In zoals zo vaak geldt, de duurste rackets zijn vaak het duurst omdat dit de populairste modellen zijn die iedereen wilt proberen. Sommige zijn inderdaad erg goed, maar het is feitelijk aan jou om dit te bepalen op de baan. Het is sowieso goed te beseffen dat productietechnisch de kosten voor het maken van een racket van grafiet bij alle merken behoorlijk dicht bij elkaar liggen.

Drie typen rackets

Rackets kunnen worden onderscheiden in drie groepen, geschikt voor beginners, recreatieve spelers en serieuze competitiespelers. Aan het einde van dit artikel kom ik daar specifieker op terug, wanneer we alles proberen samen te vatten. Daarnaast hebben verschillende spelers verschillende slagen en kunnen daarom hun voordelen halen uit verschillende typen frames. Serieuze wedstrijdspelers en professionals spelen doorgaans met relatief zware en flexibele frames met een kleine bladgrootte en dunne dwarsdoorsnede – ongeveer 20mm. Recreatieve spelers spelen liever met relatief stijve frames met grotere bladgroottes en een bredere dwarsdoorsnede – doorgaans van ongeveer 25mm tot 30mm dik (de zogenaamde widebody rackets).

verschillende typen rackets
Drie verschillende typen rackets.

Wat verklaart het verschil? Professionals raken 9 van de 10 keer de bal perfect in het midden van de snaren. Sommige recreatieve spelers daarentegen slaan de bal juist 9 van de 10 keer naast het midden van de snaren. Een groter racketblad levert dan minder problemen op omdat de bal alsnog minder snel in de buurt van frame komt. Een racket met een groot blad heeft als bijkomend voordeel dat het minder roteert rondom de lange as van het frame wanneer de bal ‘off center’ geslagen wordt. Dit betekent dat de bal nauwkeuriger geslagen zal worden omdat de neiging van de bal om flink omhoog of juist naar beneden de snaren te verlaten verkleint wordt. Het nadeel voor een topspeler is het moeilijker is om het racket te zwaaien rondom haar eigen lange as. Professionals zwaaien en draaien hun rackets veel sneller dan recreatieve spelers. Een racket met een (te) groot blad zou hen teveel vertragen…

Zo zijn er veel meer verschillen tussen verschillende rackets. Zo zijn er bijvoorbeeld ook aardig wat verschillen in de patronen en de plaatsing van snaren, verschillen in de grootte en vorm van de gaten en ‘grommets’ waar de snaren door het frame lopen, verschillen in de vorm van de grip en blad van het racket enzovoort. Sommige rackets hebben wellicht een grotere sweet spot en anderen zullen meer power geven of juist meer controle. Al deze verschillen kunnen verwarrend werken voor iemand die niet exact bekend is met de technische eigenschappen of het jargon van rackets.

Rackets en spelerpsychologie

Wat een speler juist wel of juist niet weet over de natuurkunde, technologie, biomechanica van rackets, snaren en zwaaien beïnvloedt de perceptie van die speler van wat er precies gebeurt tijdens het slaan van een bal. Of dat nu goed of fout is, wat de oorzaken daarvan kunnen zijn of hoe de slag verbetert kan worden. De kennis van al deze zaken is de lens waarmee een speler de gebeurtenissen op de baan kan observeren en analyseren. Zonder deze kennis kan een speler slechts vertrouwen op ‘trial and error’ waarbij de prestaties en verwachting van racket en speler allemaal samenkomen in de perfecte combinatie, waarbij een speler tot de conclusie komt: “dit is het perfecte racket!”.

Maar wat de speler daadwerkelijk probeert te zeggen natuurlijk is: “Ik heb het racket gevonden wat het beste mijn biomechanische en speltechnische slagen aanvult, en daarnaast past bij mijn gekozen tactiek en strategie”.

In de praktijk zul je een speler dit natuurlijk niet snel horen zeggen, maar het is feitelijk wel zo dat hoewel we in het lab op basis van bepaalde natuurkundige eigenschappen een racket kunnen selecteren wat het beste past bij een bepaald type speler, het uiteindelijk de speler zelf is die dit gevoel dient te ervaren op de baan.

De uitkomst van iedere slag hangt af van het racket, de zwaai en wat de speler zelf denkt dat de uitkomst van die keuzes wordt. Een voorbeeld is wanneer een speler claimt dat de snaar in het racket spin bepaalt en dat hij meer spin kan genereren wanneer hij of zij met een stijvere polyester snaar speelt in plaats van een zachtere nylon snaar. In een ander artikel leggen we juist uit dat lab testen hebben uitgewezen dat snaarmateriaal, spanning, of snaardikte niet veel, zo niet geen, effect op de mate van het meegeven van spin aan de bal. Wanneer een speler een stijvere snaar gebruikt in zijn racket, verliest hij feitelijk power. Daarom zwaait hij ook harder, en een sneller zwaai levert meer spin op. Je ziet, oorzaak en gevolg worden in dat geval door elkaar gehaald.

Zo zijn er nog talloze voorbeelden, maar het punt is duidelijk. Een speler creëert een beeld van de gebeurtenissen in zijn of haar hoofd en handelt daar vervolgens naar. Een speler kan in de praktijk alle feiten over deze gebeurtenissen fout hebben, maar alsnog het spel op de juiste manier aanpassen en een geweldige speler zijn maar de uitleg van het hoe en waarom van de slagen van deze speler is kennis die niet zomaar voor waarheid zou moeten worden aangenomen door de volgende speler (ondanks dat je die forehand misschien toch even na wilt doen)…

Racketeigenschappen zijn verweven met verschillende slagen

Een andere belangrijke complicerende factor wanneer we praten over racketeigenschappen is dat ze verschillende resultaten opleveren voor verschillende spelers. Wanneer we spreken over het vergroten of juist verkleinen van power of controle, praten we eigenlijk over verhogen of verlagen van verschillende waarden voor natuurkundige eigenschappen van het racket. Plaats dat racket vervolgens in de hand van een speler en de uitkomsten zullen variëren in relatie tot waar de speler probeert te slaan. De combinatie van een specifiek racket met een bepaald type slag kunnen elkaar aanvullen of juist tegenwerken, afhankelijk van de slagintentie. Op dezelfde manier kunnen de gedachten en interpretaties over die gedachten de speler beïnvloeden zijn slag of tactiek aan te passen op manieren die voordelig of juist nadelig kunnen uitpakken. Dit is exact de reden waarom zoveel spelers een evenredig aantal verschillende meningen hebben over de power, controle en het gevoel van een racket (of snaar).

Een belangrijk concept om in gedachten te houden bij het kopen van een racket is dat alle prestatie-variaties (snelheid, spin en richting van de bal) veroorzaakt door materiaalaanpassingen ‘nagemaakt’ kunnen worden door aanpassingen in slagtechniek. En zo kunnen ook kleine aanpassingen in slagen afgedwongen worden door kleine aanpassingen in materiaal, waarbij het credo “meten is weten” van onschatbare waarde blijft…

(Meetbare) racketeigenschappen

Tot nu toe hebben we het over algemene keuzes gehad maar wat zijn de feitelijke eigenschappen die achter onze aannames en voorkeuren liggen? In de winkel hoor ik vaak een hoop termen voorbij komen waarbij ik mij afvraag of mensen echt beseffen wat die termen voor hun uiteindelijke keuze betekenen. We hebben het dan over gewicht, balans(punt), flex, shock, vibratie, sweetspots enzovoort. Deze lijst klinkt intimiderend (zeker als je een aantal termen nog niet kent), maar wees gerust…

alle rackettechnologie draait feitelijk om het aanpassen van twee aspecten van het racket: de flex (of: stijfheid) van het frame en het snarenpatroon en de hoeveelheid en verdeling van het gewicht in het frame.

Dat klinkt een stuk overzichtelijker, toch? Bovendien geeft dit je als het goed is meteen de kennis (en het vertrouwen) dat rackets met een paar kleine tweaks in flex of gewicht (denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van loodstrips) in de praktijk nagenoeg gematched kunnen worden met de eigenschappen van een ander racket.

Power

De term “power” is waarschijnlijk de meest gehoorde term tijdens gesprekken over rackets in de winkel of op de baan. Daar doen fabrikanten overigens lekker aan mee… bijna ieder nieuw racket lijkt gezegend te zijn met “Ultimate Power”, spelers doen zelf ook een duit in het zakje door te roepen dat het slaan “geen kracht kost” en tennisbonden zijn al jaren bang dat opslagen met teveel power het hele spelletje zullen verpesten. Tot nog toe overigens niet het geval (eat your heart out, Andy Roddick)…

Feitelijk worden met het begrip power twee dingen mee bedoeld. Ofwel de snelheid van de bal die terugkaatst van het racket of het vermogen van het racket om de bal snel te laten gaan. Het vermogen van het racket om de bal snel te laten gaan is lastig te bepalen, omdat dit met name afhankelijk is van hoe snel de speler in staat is het racket te zwaaien. Het vermogen van het racket om (in stilstand) een bal terug te kaatsen is feitelijk de power die we willen vergelijken als we in de winkel staan.  In het Engels wordt dit laatste begrip ook wel “rebound power” genoemd (wij houden deze term voor het gemak nu ook aan). Je zou kunnen zeggen dat rebound power de hoeveelheid power is die in het frame is gebouwd door de fabrikant. Rebound power hangt met name af van het gewicht van het racket en hoe deze verdeelt is richting de top van het racket of juist richting de grip of butcap. Rebound power neemt toe als het gewicht van het racket toeneemt en is groter wanneer een racket kopzwaar of “head heavy” (te vergelijken met een honkbalknuppel) dan koplicht (gewicht zit meer richting de grip). Het neemt ook iets toe als de flex toeneemt. Spankracht van de snaren heeft zelfs een nog kleiner effect.

Maar wat kan je met deze kennis? In het algemeen geldt dat hoe langzamer de zwaai van je slag, des te groter wordt het belang van de rebound power van je frame. Hoe sneller je zwaait, des te kleiner wordt het belang van de rebound power, maar juist belangrijker de mate van racketsnelheid (waarover later meer). Volgens deze redenering geldt dus ook dat in het algemeen een speler het beter zal doen met een zwaar racket tijdens volley’s, een gemiddeld racket tijdens forehands en backhands en een licht racket voor opslagen. Jammer genoeg kan je niet echt makkelijk rackets wisselen tijdens het spelen van een punt…

In het kort, wanneer we dus over power spreken van een frame, bedoelen (en meten we) rebound power, ongeacht hoe snel een speler daar zelf mee wilt of kan slaan. Het vervelende nieuws is echter dat rebound power nooit op rackets staat vermeld, dus een objectieve en snelle manier om rackets op basis hiervan te vergelijken is er niet. Wel is het zo dat meer gewicht, meer gewicht in de top, meer gewicht naar de zijkanten van het racket, grotere en/of bredere bladgrootte allemaal wijzen op een hogere rebound power. Op deze manier kun je toch enigszins wegwijs worden tussen alle marketingtermen over power.

Controle

“Controle” betekent feitelijk het vermogen om de bal te kunnen spelen naar een gewenste locatie (in het veld) met een gewenste snelheid. Een speler maakt gebruik van een combinatie van snelheid, spin en de hoek van inslag om dit te bereiken. Feitelijk is de invloed van de speler dus veel groter op de controle van de bal dan het racket heeft.

Echter, we kennen ook een concept dat we “rebound controle” noemen. We kunnen dit het beste omschrijven als het vermogen van een racket om de bal het pad van het “perfecte hoek” van 90 graden. Stel dat de bal dit pad volgt, dan bereken we rebound control als 90/90=1.0.  Stel dat de bal het racket op 85 graden verlaat, dan is de rebound control 85/90=0.94.

De vraag is dus: waarom volgt de bal niet altijd het pad van een perfecte hoek? Dat komt omdat het racket uiteraard buigt in terugdraait in de hand van de speler, dus op het moment dat de bal terugslaat, staat het racket feitelijk al in een andere hoek. Als de bal “off center” geslagen wordt, draai het racket ook nog eens als een schroef in je hand. Omdat de hoek dus in zowel horizontale als verticale richtingen veranderd, kunnen we spreken van twee rebound control waarden voor deze richtingen.

Dus hoe harder de bal het racket raakt, hoe meer rotatie, verbuiging en draaiing er plaats zal vinden. Dus in het algemeen geldt dat hoe groter deze impact, hoe lager de rebound control waarde zal zijn. Maar dit veranderd proportioneel met de groei van de impactsnelheid, dus feitelijk heb je maar de data nodig van verschillende rackets op een impactsnelheid om goed te kunnen vergelijken. En hoe mooi dit theoretisch klinkt, in de praktijk verlies een speler altijd controle als hij of zij sneller zwaait, omdat het lastiger is de bal midden in de sweetspot te slaan en de juist hoek te bepalen.

Dezelfde racketeigenschappen die power beïnvloeden, hebben ook effect op controle. Dit zijn gewicht, gewichtverdeling, and frame stijfheid (of flex). Hoe stijver het frame (in alle richtingen), hoe minder het zal buigen en draaien. Hoe zwaarder het is, hoe minder het zal roteren in alle richtingen op het moment van impact. In het kort, een racket met een hoge rebound power waarde zal ook een hoge rebound control waarde hebben. In tegenstelling tot wat in het algemeen wordt aangenomen, het zogenaamde feit dat power en controle van frames elkaar uitsluiten, gaan deze in de praktijk juist hand in hand. Nogmaals, hoe sneller je zwaait, hoe minder controle je hebt maar dit heeft feitelijk niet met de eigenschappen van het racket te maken. Overigens sluiten power en controle elkaar wel uit, wanneer we het hebben over de eigenschappen van verschillende typen en spankrachten van snaren, maar daarover schrijven we in een apart artikel meer.

Gewicht(en)

De discussie over het ‘gevoel’ van een racket (of Engels: ‘feel’) is bewust tot nu bewaard omdat het zo nauw verbonden is aan gewicht en stijfheid. Gevoel kan het beste worden gezien als de perceptie van gewicht en balans, evenals shock, absorptie en vibratie en de duur daarvan.

Gewicht en het ‘ervaren’ gewicht

Een racket voelt anders als je het ander vasthoudt of anders beweegt. Het ‘ervaren’ gewicht wordt veranderd of wordt anders ervaren, afhankelijk van hoe en waar je het racket vasthoudt en in welke richting je het probeert te bewegen. De theoretische uitleg van dit verschijnsel is dat het ‘ervaren’ gewicht afhankelijk is van de verdeling van gewicht in een racket in relatie tot waar je het vasthoudt en in relatie tot de as waarover je zwaait. Sommige spelers zijn wellicht bekend met de praktijk van het customizen en matchen van rackets, zodat deze hetzelfde voelen. Het is echter bijna onmogelijk om een racket onder iedere omstandigheid hetzelfde te laten voelen, omdat een racket feitelijk zes ‘verschillende’ gewichten kent.

De zes ‘verschillende’ gewichten van een racket

De massa en distributie van massa bepalen zes belangrijke gewichteigenschappen van jouw racket. Iedere eigenschap kan aangepast worden om jouw spel te helpen of juist te hinderen. Deze eigenschappen samen bepalen bijna alles wat je ‘voelt’ wanneer je een tennisbal slaat, waaronder power, stabiliteit, shock, vibratie, verdraaiing, comfort, handelbaarheid, spin, de ‘zwaarte’ van de bal enzovoort. Het is belangrijk kort stil te staan bij het feit dat het feitelijk geen ‘gewichten’ zijn maar een combinatie van krachten en torsies die ervoor zorgen dat je het als gewicht ervaart en jouw bewegingen belemmeren. Technisch gezien hebben we het dus over een massa van het racket van 300 gram, maar verder zullen we daarin dit artikel niet op in gaan.

De vier belangrijkste ‘gewichten’ die een speler kan ervaren zijn:

        1. Gewicht. De kracht die nodig is om het racket op te pakken, met de top van het racket recht naar beneden wijzend.
        2. Oppakgewicht (of ‘pickupweight’). Het moment dat nodig is om de zwaartekracht te overwinnen wanneer we een racket parallel aan de grond vasthouden.
        3. Zwaaigewicht (of ‘swingweight’). De weerstand van het racket tijdens het zwaaien van de lus van de speler of door impact van de bal in een lijn met het snaaroppervlak en rond de as vlakbij het uiteinde van het racket.
        4. Draaigewicht (of ‘twistweight’). Weerstand van het racket tijdens het draaien om de lange as van het racket door actie van de speler zelf of de impact van de bal.
        5. Spingewicht (of ‘spinweight’). Weerstand van het racket om gezwaaid te worden door een speler (of de bal) in een boog parallel aan de snaren, rond een as vlakbij het eind van het racket. Dit is in het algemeen slechts vijf procent groter dan het zwaaigewicht zelf en wordt daarom vaak als hetzelfde beschouwd.
        6. Slaggewicht (of ‘hittingweight’). Een combinatie van alle weerstanden van het racket tegen de krachten die de bal op het racket overbrengt (en in verschillende richtingen wilt duwen) op het moment van impact, ookwel bekend als het ‘effectieve gewicht’.

In het algemeen geldt dat als je een van deze gewichten zou veranderen, je de andere gewichten ook zou veranderen. In veel gevallen geldt dat als je de gewichtverdeling zou aanpassen voor een van de speeleigenschappen, je de anderen waarschijnlijk juist hindert. Dat is waarom het zo van belang is om naar een gekwalificeerde rackettuner te gaan wanneer je wat aan je racket wilt aanpassen. Je kunt je voorstellen dat er nogal wat komt kijken bij het exact bepalen van de benodigde loodstrips en de rekensommen die nodig zijn om deze correct te plaatsen. Sommige erkende rackettuners van de ERSA hebben specifieke software hiervoor en kunnen je goed helpen. Laat je in elk geval goed informeren voordat je met iemand in zee gaat. Nu zullen we wat specifieker kijken naar de verschillende typen gewichten…

Gewicht

Het is belangrijk te onthouden dat gewicht en gewichtsverdeling the belangrijkste racketeigenschappen zijn wanneer we over racketprestaties praten. De reden is dat deze het meest van alle eigenschappen de ‘flow’ van energie bepalen en daarmee bepalen hoeveel energie er mee kan worden gegeven aan de bal (in plaats van de bal aan het racket). Dit betekent dus feitelijk meer ‘power’. Maar tegelijkertijd betekent het meer ‘controle’ vanwege het verminderd buigen en draaien (en dus minder kans op rebound fouten).

Gewicht speelt dus een belangrijke rol wanneer het racket gezwaaid wordt (feitelijk zijn dit dan geen gewichten maar een combinatie van krachten), maar ook als dit niet het geval is, zoals wanneer je het racket in een rechte lijn oppakt en vasthoudt of wanneer je een volley in een duwende beweging speelt. Je voelt dan het feitelijke gewicht van het racket en de kracht die nodig is om het racket van je af te duwen. De meeste rackets variëren in gewichten van 250 tot ongeveer 360 gram, waarbij veruit het grootste gedeelte ongeveer 300 gram weegt. De afgelopen jaren is de trend zichtbaar geworden om lichtere rackets te kiezen omdat die makkelijker sneller te zwaaien zijn. In het algemeen geldt wel dat professionals zwaardere rackets verkiezen boven lichtere omdat deze krachtiger zijn en omdat zij doorgaans fitter en sterker zijn dan recreatieve spelers. Overigens is binnen de groep van professionals ook een trend te zien van de keuze voor lichtere rackets.

Belangrijk om te weten is ook dat er geen goed of fout gewicht is. Daarom is het juist zo belangrijk dat je ervoor kiest te spelen met een gewicht dat goed voelt voor jou en jouw spel. Uiteraard gelden er wel algemene richtlijnen en raden we volwassenen niet aan om met kinderrackets te spelen (en vice versa), evenmin om een racket te kiezen met het gewicht van een honkbalknuppel (ook als staat er niets in de officiële regels van het spel dat je belet dit te doen…).

Besef dat het zeker geen kwaad kan om hier af en toe mee te experimenteren. Het makkelijkste is om bijvoorbeeld een zwaarder racket te proberen van iemand op de club of om zelf wat loodstrips te plaatsen. Het plaatsen van 10 gram lood op de top van het racket maakt zeker een verschil ten opzicht van 10 gram toevoegen aan je grip.

Lichte vs. zware rackets

Wanneer een licht racket en een zwaar racket op dezelfde snelheid worden geslagen, komt de bal sneller van een zwaarder racket omdat deze meer momentum heeft en meer energie over kan brengen op de bal. Met andere woorden, er gaat minder energie verloren. Desondanks kunnen zwaardere rackets minder snel geslagen worden dan lichtere rackets. Uiteindelijk blijkt er niet een groot verschil te zijn tussen de maximale power van lichtere of zwaardere rackets. De maximum snelheid waarmee geslagen zou kunnen worden wordt praktisch nooit gebruikt omdat spelers zeker moeten zijn dat de bal in wordt geslagen. In dat geval bieden zwaardere rackets iets meer kracht en controle omdat zij minder hard gezwaaid hoeven worden dan lichtere rackets om dezelfde balsnelheid te halen. Dit zegt overigens niet veel over de benodigde energie die ervoor nodig is om dit tijdens de wedstrijd vol te houden, maar dit hangt grotendeels af van de fitheid van de speler of speelster.

Ideale racketgewicht

Wist je dat er in iedere slagsport een simpele regel geldt voor het bepalen van het ideale gewicht van slaghout of racket? Normaal gesproken is het slaghout of racket vijf of zes keer zo zwaar als de bal waarmee geslagen wordt en juist ongeveer een vijfde of zesde van het gewicht van de speler’s arm. Voorbeeldje: een tennisbal weegt ongeveer 57 gram en een tennisracket (met alles erop en eraan) ongeveer 340 gram. Een arm voor een gemiddelde tot zware man weegt ongeveer 2000 gram.

Er bestaan verschillende redenen voor deze ‘gouden’ formule. Het gewicht van het racket vertraagt feitelijk de snelheid waarmee je jouw arm kan bewegen tijdens de slag, maar het effect is vrij klein voor iedere ratio gelijk of hoger dan 1:6 . De snelheid van een bal die het racket verlaat hangt af van de snelheid van de slag en het gewicht van het racket. Een zwaar racket dat geslagen wordt op een bepaalde snelheid genereert een snellere bal dan een lichter racket kan op dezelfde snelheid. Het blijkt dat in de praktijk het beste gewicht zich beperkt tot deze 1:6 ratio. Als het racket zwaarder is, kan het niet snel genoeg geslagen worden. Bovendien is de balsnelheid van een 500-gram racket bijna hetzelfde als die van een 600-gram racket. Daar zul je dus niet veel winst uit halen omdat je arm door grotere massa en beperkte spierkracht niet oneindig veel sneller kan bewegen. Tegelijkertijd is de balsnelheid van een 200-gram racket ten opzichte van een 100-gram racket bijna twee keer zo snel.

Balanspunt en oppakgewicht (of ‘pickup weight’)

Veel clubspelers hebben in veel gevallen nog nooit gehoord van een balanspunt of beschouwen het als een onbelangrijke technisch detail. Profspelers daarentegen kunnen extreem gefocust zijn op de exacte positionering van het balanspunt van hun rackets. En begrijpelijk, want zij zijn afhankelijk van dat balanspunt voor hun inkomen. Het balanspunt heeft een sterke invloed op het racket aanvoelt wanneer je het vasthoudt en een indirect effect op hoe het racket aanvoelt als je het zwaait. Dat is exact de reden waarom profspelers een partij van een aantal rackets langsbrengen bij rackettuners om ervoor te zorgen dat de rackets exact dezelfde gewichten en balanspunten hebben. Als eentje zou afwijken, zou een profspeler dat meteen doorhebben.

Het balanspunt kan eenvoudig worden gemeten door een racket te balanceren over de breedte van het racket, met behulp van een liniaal of een lange buis. Globaal genomen ligt het balanspunt ongeveer halverwege de lengte van het racket en dit wordt gemeten vanaf de ‘butcap’. De meeste rackets hebben dus een balanspunt dat ergens tussen de 310 en 390 millimeter ligt. Als het balanspunt hoger ligt dan het middenpunt van het racket, spreken we van een topzwaar racket (ofwel ‘head heavy’). Ligt het onder dat middelpunt, dan spreken we van toplicht (of ‘head light’). Simpel gezegd betekent een topzwaar racket dat er relatief meer gewicht richting de top van het racket is geplaatst en bij een toplicht uiteraard vice versa.

Het verschil tussen een topzwaar of toplicht is bijna niet te voelen als je de rackets rechtop in je hand houdt. Maar houdt ze horizontaal (dus parallel aan de grond) en je zult dit zeker voelen. Sterker nog, wat je dan voelt is een combinatie van het balanspunt en zogeheten oppakgewicht. Een topzwaar racket zal in dat geval altijd zwaarder aanvoelen dan een toplicht racket, ook al hebben ze exact dezelfde massa. Dat is nu eenmaal simpele natuurkunde waarbij bij een topzwaar racket het gewicht verder van je hand is geplaatst en daarom heb je een sterkere grip nodig om het racket horizontaal te houden. Heb je je ooit afgevraagd waarom tennissers van die gigantische onderarmen kunnen ontwikkelen (en waarom tennissers die met houten racket speelde uit vroegere tijden nog sterkere onderarmspieren hadden)? Nu weet je het antwoord. Geloof je me nog niet? Dan kun je een eenvoudig experimentje uitvoeren. Houd je racket horizontaal en plaats nu je bos sleutels op je grip. Als je dat gedaan hebt, leg je vervolgens de sleutelbos helemaal naar voren, op de top van je racketblad. Nu voel je het verschil wel degelijk gok ik zo.

Stijfheid (flex)

Moderne rackets worden tegenwoordig allemaal ontworpen met relatief hoge stijfheid (of ‘flex’) om vibraties in het frame te verminderen. Het effect van verminderde vibraties merk je uiteraard in het ‘comfort’ waarmee je met het racket kan spelen, maar een bijkomend voordeel is dat de balsnelheid wordt verhoogd aan de bovenkant of zijkant van het racket. Waarom niet in het midden? Omdat dit altijd de ‘sweetspot’ betreft waar de trillingen niet of nauwelijks gegenereerd worden. Dat houdt dus in dat je het effect van een stijf of juist flexibel racket niet of nauwelijks merkt als je de bal iedere keer perfect in het midden van je racketblad weet te raken. Tsja, in een perfecte wereld is het makkelijk tennissen… Dichtbij het frame zul je deze trillingen dus wel opmerken. Stijve frames vibreren dus minder dan flexibele rackets omdat ze minder doorbuigen en daardoor voelen zij ‘beter’ aan en zullen meer power kunnen overbrengen op de bal, zelfs als deze dus niet perfect in het midden geraakt wordt.

Een algemene vuistregel bij flex is dat frameflex toeneemt als de dikte van het frame toeneemt. Dit kun je makkelijk visualiseren door een liniaal plat over de rand van de tafel te leggen en zachtjes door te buigen. Dat gaat best makkelijk. Maar leg hem nu op de zijkant en probeer nog eens door te buigen. Een stukje moeilijker… Door de dikte van het frame te verdubbelen, wordt de flex ruwweg ook verdubbeld.

In het algemeen blijven absolute topspelers weg bij hele stijve frames en hebben liever dunne frames omdat de bal minder snel geneigd is te ‘blijven hangen’ onder de framerand. Dit kan gebeuren als ze de bal onder een hoek spelen om bijvoorbeeld topspin te genereren. Tegelijkertijd zit daar natuurlijk een ondergrens aan want een racket kan niet oneindig dunner gemaakt worden. Een te dun frame zou simpelweg doorbuigen zodra het bespannen wordt in een machine. Daarom is de ‘cross-section’ van een racket vaak van elliptische vorm, in plaats van vierkant of ronde vorm. Deze vorm kan de krachten aan maar beperkt de breedte van het frame. Zogeheten ‘widebody’ rackets zijn dus behoorlijk wat breder in de buigrichting van het frame, wat ze relatief gezien erg stijf maakt.

De flex hangt ook af van het type grafiet (of ander composiet) wat gebruikt wordt bij fabricage, de dikte van de wanden van het grafiet en de richting van de carbonvezels die over het grafietframe geplaatst worden. Voor de goede orde, moderne composietframes zijn dus vele malen stijver dan oude frames van hout of aluminium. Ze zijn ook sterker en kunnen daardoor tegelijkertijd lichter worden gemaakt. Belangrijkste reden hiervoor is dat grafiet zelf stijver en sterker is dan hout of aluminium, maar een groot deel heeft ook met het fabricageproces te maken. De binnenkant van moderne frames zijn namelijk hol, in tegenstelling tot oude frames van hout. Het is een gegeven dat voor een willekeurig materiaal, een constructie met holle binnenkant stijver is dan een massief frame.

Het meten van racketstijfheid of racketflex

In een fabriek wordt de flex van een racket gemeten in een flinke constructie waarbij een racket is ingeklemd tussen twee metalen buizen, waarbij een groot gewicht op het frame wordt geplaatst. De mate van verbuiging van het racket wordt uitgedrukt in een getal tussen de 50 en 85, waarbij 50 heel flexibel is en 85 heel stijf. Er is een relatief eenvoudige manier om de flex van verschillende frames te bepalen, waar we op in zullen gaan in een ander artikel.

Racketvibraties, sweetspot en gevoel

Iedere tennisser kent dit gevoel. Het slaan van de ‘perfecte’ bal op hoge snelheid, met het idee dat je met totale gemak naar de bal toe kon zwaaien en de bal in het midden raakte. Het gebeurt niet vaak, maar als het gebeurt weet je weer waarom je tennist. Feitelijk is het niet een bepaalde gevoel wat je ervaart, maar het ontbreken van een ander gevoel. Je hebt namelijk de sweetspot geraakt. Dat betekent dat vibraties niet doorgegeven worden aan het frame en vervolgens aan je arm. Raak je de bal bij de volgende slag weer ergens anders, dan komen ze helaas weer terug…

Een flexibel frame buigt verder door dan een stijver frame op het moment van impact. Zodra de bal de snaren verlaat, wil het frame weer zo snel mogelijk terug naar de originele vorm. Maar daarbij kan het zelfs weer doorbuigen in tegengestelde richting. Vervolgens vibreert het frame dus heen en weer over een wat langere afstand als het frame flexibel is, en over een kleinere afstand als het frame stijver is.

Beide kanten van het frame vibreren overigens even sterk, zelfs met een flinke grip van de speler. De hand is eenvoudigweg niet sterk genoeg om het frame te laten doorbuigen als een springplank bij een zwembad en dus worden de vibraties ook doorgegeven aan de hand en onderarm van een speler. Dit is wat je dus feitelijk ervaart van de flex van je racket.

De mate waarin dat gebeurt hangt af van hoe hard de bal geslagen wordt, hoe flexibel het frame is en hoever de bal land van de sweetspot. Wanneer een racket vibreert, trilt deze het meest bij de tip, de hals en de buttcap. Er is echter een punt op het racketblad waar het bijna helemaal niet trilt. Feitelijk is niet een punt, maar een knooppunt lijn die loop van ongeveer de 10-uur positie tot aan de 2-uur positie. Het punt waar we feitelijk over praten (en dus de ‘sweetspot’) noemen is het snijpunt tussen deze gebogen lijn en de lange as van het racket. Als de bal geraakt wordt over de lengte van deze gebogen lijn of op het snijpunt zelf, trilt het racket helemaal niet, zelfs niet aan de top of de buttcap.

Vuistregels

Gefeliciteerd! Je hebt zojuist een enorme tekst doorgeploegd… maar wat kan je hier nu mee? Jammer genoeg is het enorm lastig om bovenstaande informatie zodanig samen te vatten naar een paar enkele vuistregels. Toch gaan we een poging doen, waarbij we beseffen dat er een hoop tegenin gebracht kan worden of dat er spelers zullen zijn die zich hier niet in herkennen. Wij baseren deze vuistregels echter op onze eigen ervaringen op de baan, eigen verkoopervaringen in de retail en op de wetenschappelijke literatuur. Aan de lezer de taak om hier weer kritisch naar te kijken…

Conclusie: welk racket is geschikt voor mij?

Hieronder vind je een overzicht van de eigenschappen die hierboven zijn besproken met bijbehorende spelersprofielen. Deze tabel is een richtlijn maar dient met name de discussie aan te wakkeren… Print desnoods dit schema’tje of maak een screenshot en neem deze mee naar je favoriete winkel. Leg het voor aan de verkoper en luister goed naar de reactie, maar vooral: waarom wel of waarom niet?

Beginner Gevorderd Ervaren
Gewicht > 260 < 285 gram > 285 < 300 gram > 300 gram
Bladgrootte < 840 vierkante cm > 615 < 710 vierkante cm < 615 vierkante cm
Flex > 50 RA > 60 < 65 RA > 65 RA
Balans < 32,5 cm 32,5 cm > 32,5 cm

Wat zijn jouw ervaringen met het kopen van een racket? Welk racket past bij jou en waarom? En waarom heb je die keuze gemaakt? Laat het weten door een reactie hieronder achter te laten.

Bronnen

(Cross & Lindsey, 2005)

Leave a Comment

Fast & green delivery
Safe & secure payment
100% money back guarantee
Scroll back to top
Chat with us
Chat with us
Questions, doubts or problems? We're here to help!
Connecting...
There are no employees available at this moment. Please try again later.
Our employees are busy at this moment. Please try again later.
:
:
:

The data collected here through this form, is being used to contact you. For more info, please check our privacy policy.
Do you have questions? Write us a message!
:
:

The data collected here through this form, is being used to contact you. For more info, please check our privacy policy. Ik ga akkoord met het verzamelen en bewaren van chat logs
This chat session is closed.
Was this conversation useful? Vote this chat session.
Good Bad